Variva

Voor meer info:
049 3 49 49 59

Inhoud Functie

Informatie over de functie onderwijsassistent

Waar kun je werken?
Als onderwijsassistent werk je in een onderwijsinstelling voor:

Basisonderwijs of primair onderwijs
Je ondersteunt de leerkracht bij zijn/haar werk in alle facetten. Dit kan in de onedrbouw zijn (groep 1/2) maar ook de midden- en bovenbouw. Je werkt in de klas maar ook daar buiten. Zo kun je (groepjes) kinderen extra begeleiden maar ook individuele kinderen.
 
Speciaal onderwijs en praktijkonderwijs
Het speciaal onderwijs kan basisonderwijs maar ook voortgezet onderwijs betreffen. Leerlingen in het speciaal onderwijs hebben extra aandacht en begeleiding nodig. Dat kan om veel uiteenlopende redenen zo zijn, vaak is sprake van een leerachterstand en/of gedragsproblematiek. Het spreekt voor zich dat de inzet van onderwijsassistenten hier veel voorkomt en wenselijk is.
 
Voortgezet onderwijs
In het voortgezet onderwijs kennen we het VMBO, HAVO en VWO. De meeste onderwijsassistenten werken in de onderbouw of bovenbouw van het VMBO. In de onderbouw wordt veel projectmatig gewerkt waarbij de onderwijsassistent goed kan ondersteunen. In de bovenbouw kiest een leerling een richting: Zorg en Welzijn, Economie, Groen of Techniek. In de praktijkvakken ondersteunen veel onderwijsassistenten. 
In HAVO en VWO worden onderwijsassistenten veel ingezet in open leercentra, mediatheken en natuurlijk als assistent bij biologie/scheikunde.

Middelbaar beroepsonderwijs
Voor het middelbaar beroepsonderwijs (MBO) geldt eigenlijk hetzelfde als de bovenbouw van het VMBO. Onderwijsassistenten worden hier vaak ingezet bij de praktijkvakken.

Je rol en verantwoordelijkheden:
Je hebt een uitvoerende rol in de communicatie en het contact met kinderen / leerlingen, het pedagogisch en didactisch werk en de organisatie daarvan. Je voert die taak uit onderverantwoordelijkheid van de leraar of het team.  Je moet er rekening mee houden dat je soms voor onverwachte situaties in aanraking kan komen waarbij je beslissingen moet kunnen nemen en moet kunnen improviseren.

Waar je goed in moet zijn:

1) Je bent mensgericht, dat is logisch want je werkt met kinderen / leerlingen
2) Je kunt gemakelijk contact leggen en goed communiceren
3) Het onderwijs is elke dag anders, dus je bent ook flexibel!
4) Je bent proactief en neemt initiatief, in onverwachte situaties weet je goed te handelen
5) Je durft zelfstandig beslissingen te nemen
6) Je bent vindingrijk, oftewel creatief in het bedenken van oplossingen en aanpak

 variva

Onderwijsinhoudelijke ondersteuning
Je werkt samen in de klas. Dat betekent dat je taken krijgt die te maken hebben met het lesgeven. Daarom moet je veel weten over hoe lesgeven in elkaar zit. Taken met een onderwijinhoudelik karakter kunnen bijvoorbeeld zijn:
- na de instructie door de docent begeleid je een groepje leerlingen of een leerling individueel;
- je ondersteunt leerlingen bij een taak of activiteit, dit is fahankelijk van het type onderwijs waar je assisteert;
- je observeert leerlingen tijdens de les of situaties daarbuiten;
- je signaleert problemen en bespreekt die in het team / met de leraar;
- je houdt (mede) in d egaten of leerlingen goed zelfstandig werken of samenwerken;
- je kunt helpen bij de uitvoering van een handelingsplan (bijv. leerlingen helpen met een eigen leertaak);
- registreren van het ontwikkelingsproces en leerproces van leerlingen

Ondersteuning bij praktijk
Afhankelijk van het type onderwijs waar je assisteert en het vak zul je veel te maken hebben met leerlingen die bezig zijn hun taak te oefenen. Zeker leerlingen die extra begeleiding nodig hebben. Daarnaast houd je toezicht tijdens pauzes, excursies, toetsen, et cetera.

Overige werkzaamheden
Je zal veel ingezet worden bij de inrichting van het lokaal en het opruimen hiervan. Je zet lesmaterialen klaar en eventueel ondersteun je bij het ontwikkelen van lesmateriaal. Je vult voorraden aan, controleert de staat van de materialen, et cetera. Ook ben je in staat administratief eenvoudige werkzaamheden te verrichten, denk aan het bijhouden van de absentenregistratie en het registeren van gegevens in een leerlingvolgsysteem. Je moet dus ook goed met computers om kunnen gaan.
Soms zal je ook vergaderingen bijwonen, ouders ontvangen, feestavonden organiseren of een leerlingbespreking bijwonen.
Veel afwisseling dus!